Mijn aanpak
Geen enkele loopblessure is exact hetzelfde. Daarom start een traject bij Adapt2Run met het begrijpen van je klachten, de belasting die je lichaam te verwerken krijgt en wat jij opnieuw wilt kunnen.
Van daaruit onderzoek ik welke factoren bij jou relevant zijn en bepalen we hoe we je revalidatie het best kunnen opbouwen.
1. Begrijpen wat er speelt
Een goede revalidatie begint met een grondige anamnese. We starten daarom met een uitgebreid gesprek over je klachten: wanneer ze zijn ontstaan, hoe ze evolueren, wanneer ze optreden en welke belasting de klachten beïnvloedt.
Minstens even belangrijk is de context waarin de klachten zijn ontstaan. We bekijken je trainingsgeschiedenis, recente veranderingen in trainingsbelasting, eerdere blessures en sportieve doelen. Wanneer relevant bespreken we ook factoren zoals herstel, slaap, voeding, algemene gezondheid en medicatie.
Deze informatie helpt om mogelijke verklaringen voor je klachten te formuleren en bepaalt mee wat we tijdens het klinisch onderzoek verder willen onderzoeken.
2. Gericht onderzoeken
Op basis van de anamnese volgt een gericht klinisch onderzoek. Welke testen ik uitvoer, hangt af van je klachten en van de hypotheses die uit het gesprek naar voren komen.
Afhankelijk van de blessure kan ik onder andere mobiliteit, spierkracht en de reactie op specifieke bewegingen en belastingen onderzoeken. Bij lopers gebruik ik daarnaast functionele testen die aansluiten bij de belasting tijdens het lopen, zoals springen, landen of andere loopspecifieke bewegingen.
Waar zinvol kunnen objectieve krachtmetingen helpen om verschillen in kaart te brengen en de vooruitgang tijdens de revalidatie op te volgen.
Het doel is niet om zoveel mogelijk afwijkingen te vinden, maar om te bepalen welke bevindingen relevant zijn voor je klachten en voor wat je opnieuw wilt kunnen.


3. Gerichte loopanalyse
Een loopanalyse kan waardevolle aanvullende informatie geven over hoe je beweegt en hoe je lichaam tijdens het lopen wordt belast. Daarom zet ik loopanalyse gericht in wanneer dit relevant is voor je klachten of revalidatie.
Naast observatie kan ik daarbij gebruikmaken van Runeasi, een sensor waarmee verschillende kenmerken van het lopen objectief gemeten kunnen worden, zoals impactbelasting, schokabsorptie, symmetrie en stabiliteit.
De resultaten worden altijd geïnterpreteerd in combinatie met je klachten, trainingsbelasting en klinisch onderzoek. Een bepaalde meetwaarde betekent immers niet automatisch dat we de oorzaak van een blessure hebben gevonden.
Loopanalyse is daarmee een aanvullende tool binnen het klinisch onderzoek, waarmee we waar nodig bepaalde aspecten van het lopen verder kunnen onderzoeken en veranderingen tijdens de revalidatie objectief kunnen opvolgen.
4. Belastbaarheid opbouwen
Het lichaam heeft het vermogen om zich aan belasting aan te passen. Daarom zoek ik eerst naar een haalbaar niveau van belasting en bouwen we van daaruit de belastbaarheid opnieuw op.
Dat kan betekenen dat we je looptraining tijdelijk aanpassen in afstand, intensiteit of frequentie. Met gerichte oefentherapie en krachttraining bouwen we tegelijk verder aan wat je lichaam nodig heeft voor je sport.
Belastbaarheid wordt ook beïnvloed door factoren buiten de training. Wanneer relevant besteed ik daarom aandacht aan herstel, slaap, voeding, energiebeschikbaarheid en algemene gezondheid. Indien nodig werk ik samen met of verwijs ik door naar andere zorgverleners, zoals een arts, diëtist of podoloog.
5. Terug naar lopen
Naarmate je belastbaarheid toeneemt, bouwen we het lopen geleidelijk opnieuw op. Daarbij kijken we niet alleen naar afstand, maar ook naar snelheid, trainingsintensiteit, terrein en de specifieke eisen van jouw sport.
Hoe snel we opbouwen, hangt af van hoe je lichaam op de belasting reageert. Je persoonlijke doelen bepalen waar we uiteindelijk naartoe werken.
