ITB-syndroom (lopersknie)
Pijn aan de buitenzijde van de knie bij hardlopers
Het ITB-syndroom, ook wel iliotibiale bandsyndroom of lopersknie genoemd, is een veelvoorkomende loopblessure bij hardlopers. De klachten ontstaan vooral tijdens het lopen en komen zowel bij weg- als traillopers voor.
Wat is de iliotibiale band?
De iliotibiale band (ITB) is een stevige peesachtige structuur aan de buitenzijde van het bovenbeen die loopt van het bekken naar het scheenbeen. De ITB speelt een belangrijke rol bij de overdracht van krachten en draagt bij aan de stabiliteit van heup en knie tijdens wandelen en lopen.
Lange tijd werd gedacht dat ITB-klachten ontstonden doordat de band bij het buigen en strekken van de knie over het bot aan de buitenzijde van de knie zou schuren. Tegenwoordig weten we dat dit klassieke 'frictiemodel' waarschijnlijk niet klopt. De klachten lijken eerder samen te hangen met compressie van de weefsels onder de ITB ter hoogte van de buitenzijde van de knie.

Hoe ontstaat een ITB-syndroom?
Een ITB-syndroom ontstaat meestal wanneer de belasting tijdens het lopen sneller toeneemt dan het lichaam zich eraan kan aanpassen.
Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij:
-
een snelle toename van het trainingsvolume;
-
een plotse verhoging van trainingsintensiteit of loopsnelheid;
-
meer hoogtemeters of bergaf lopen dan het lichaam gewend is;
-
onvoldoende herstel in verhouding tot de trainingsbelasting.
Er is echter zelden één enkele oorzaak. Dezelfde trainingsbelasting kan voor de ene loper perfect haalbaar zijn en bij een andere loper klachten veroorzaken.
Daarom is het belangrijk om niet alleen naar de pijnlijke knie te kijken, maar ook naar de totale belasting en belastbaarheid van de individuele loper.

ITB-klachten bij traillopers
Traillopen stelt andere eisen aan het lichaam dan lopen op een vlakke ondergrond. Lange of steile afdalingen kunnen de belasting ter hoogte van de knie aanzienlijk verhogen.
Op smalle singletracks kan bovendien de stapbreedte veranderen. Een smallere stapbreedte kan bij sommige lopers de belasting ter hoogte van de buitenzijde van de knie verhogen.
De combinatie van afstand, hoogtemeters, afdalingen en technische ondergrond kan er zo voor zorgen dat de belasting hoger wordt dan wat het lichaam op dat moment gewend is.
Symptomen van ITB-syndroom
-
pijn aan de buitenzijde van de knie
-
vaak pas na een bepaalde looptijd of afstand
-
vaak erger bij langere belasting of afdalingen
-
kan snel verminderen wanneer het lopen stopt
Pijn aan de buitenzijde van de knie: niet altijd ITB
Niet iedere pijn aan de buitenzijde van de knie wordt veroorzaakt door de iliotibiale band. Ook andere structuren kunnen gelijkaardige klachten veroorzaken.
Mogelijke andere oorzaken zijn onder andere:
-
een letsel of irritatie van de laterale meniscus;
-
uitstralende pijn vanuit de lage rug;
-
patellofemorale pijn;
-
een botstressletsel ter hoogte van het distale femur of de proximale tibia;
Een correcte diagnose is daarom belangrijk voordat een behandeling wordt gestart.
Behandeling van een ITB-syndroom
De behandeling richt zich op het aanpassen van de belasting die klachten uitlokt en het geleidelijk opbouwen van je belastbaarheid. Volledige rust is niet altijd nodig: vaak volstaat het om afstand, snelheid, hoogtemeters of trainingsfrequentie tijdelijk bij te sturen.
Bij Adapt2Run stem ik de begeleiding af op je klachten, trainingsbelasting, herstel en sportieve doelen. De aanpak kan bestaan uit:
-
aanpassing van je trainingsopbouw en herstelmomenten;
-
gerichte krachttraining om je belastbaarheid te vergroten;
-
waar relevant, loopanalyse en aanpassing van je looptechniek;
-
geleidelijke terugkeer naar je gewenste loopafstand, snelheid en ondergrond.
Welke onderdelen nodig zijn, verschilt per loper. Samen volgen we je reactie op de belasting op en sturen we het traject bij.

Blijven je knieklachten terugkomen?
Bij Adapt2Run breng ik je klachten, trainingsbelasting, kracht en belastbaarheid in kaart. Waar relevant bekijk ik ook je looptechniek. Op basis daarvan bouwen we een individueel traject op richting jouw loopdoelen.